Home » Argentinië » Economie en Toerisme

Economie en Toerisme

NAOORLOGSE ECONOMISCHE GESCIEDENIS IN VOGELVLUCHT
Tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was Argentinië een van de welvarendste landen in de wereld. De export van granen, huiden en vlees was daar vooral debet aan, en de opbrengsten daaruit werden gebruikt om de industrie te ontwikkelen.
In de jaren vijftig ging het de verkeerde kant op met de Argentijnse economie. De landbouw kreeg steeds meer concurrentie uit andere, goedkopere landen en de industrie was nog niet genoeg ontwikkeld om te kunnen concurreren met andere geïndustrialiseerde landen.
In de periode Perón werd een geldontwaarding in gang gezet die tot 1991 duurde en bijvoorbeeld in 1984 een inflatie tot 700% opleverde. De structurele oorzaken voor de economische teruggang (lage productiviteit, slechte exportpositie, hoge overheidsuitgaven, speculatie en kapitaalvlucht door de financiële elite) werden niet aangepakt en een modernisering van de economie bleef uit.
In de jaren zeventig werd er enorm veel geld geleend in het buitenland om het overheidstekort te verminderen; veel meer dan een vertienvoudiging van de buitenlandse schuld leverde dat echter niet op. Bovendien werd er door het militaire regime met het geld onverantwoordelijk gespeculeerd en er werden militaire goederen van gekocht. De echte problemen werden niet aangepakt.
De regering Alfonsín zocht en kreeg steun bij het IMF, op voorwaarde dat er flink bezuinigd zou worden op de overheidsuitgaven. Hierdoor daalde het besteedbare inkomen van de bevolking wat de economie deed stagneren. In 1991 werd er begonnen met een anti-inflatieprogramma dat een succes was. De nationale munt werd gekoppeld aan de Amerikaanse dollar, waardoor de geldontwaarding eind jaren negentig tot 1% was teruggelopen. Verder werden staatsbedrijven geprivatiseerd en de overheidsuitgaven fors teruggedrongen. Hierna volgde er weer een economische recessie, en de economische crisis van begin 2002 stagneerde Argentijnse economie nagenoeg volledig. De economie kromp in dat jaar met meer dan 11% en de inflatie liep op tot 41%. In 2003 leek de crisis voorbij en werd het begrotingstekort zelfs omgevormd tot een klein overschot.
De werkloosheid vormt nog steeds een groot probleem. Begin 2003 was ca. 20% van de beroepsbevolking werkloos en de afgelopen twee jaar werden er op grote schaal werknemers ontslagen. Waarschijnlijk is het zo dat veel van deze mensen een baantje in de informele sector gevonden hebben, maar aan de andere kant is de verborgen werkloosheid ook erg hoog. Sinds eind 2002 laten de officiële cijfers een lichte verbetering zien.

AGRARISCHE SECTOR
Algemeen
Het aandeel van de landbouw in het bnp (bruto nationaal product) daalde de afgelopen decennia tot 5% in 2002. Ongeveer 10% van de beroepsbevolking is werkzaam in deze sector, die toch nog verantwoordelijk is voor 35% van de deviezeninkomsten. Meer dan 80% van de totale Argentijnse export betreft landbouwproducten, verwerkt of als grondstof. Ruim 70% van de totale bodemoppervlakte wordt voor landbouw gebruikt, waarvan het grootste deel bestemd is voor veeteelt (52%), en Buenos Aires is agrarisch de belangrijkste provincie. Het grootgrondbezit is in Argentinië nog volop aanwezig: ca. 70% van de cultuurgrond was in de jaren zeventig in handen van 6% van de landeigenaren. Ondanks veelvuldig aangekondigde agrarische hervormingsmaatregelen zijn de agrarische bezitsverhoudingen gedurende de laatste tientallen jaren nauwelijks aangetast.
De belangrijkste exportbestemming voor de Argentijnse agrarische producten is de Europese Unie en Nederland is op dit moment de belangrijkste afnemer. Belangrijke importproducten voor Nederland zijn sojameel, pinda’s , zonnebloemolie en peren.
Op de wereldmarkt is Argentinië een grote speler zowel op het gebied van de productie als van de export, enkele cijfers:

Productie

Citroenen: 1e plaats wereldwijd
Honing: 3e plaats
Melkpoeder: 3e plaats
Peren: 4e plaats
Wijn: 5e plaats
Plantaardige oliën: 5e plaats
Kaas: 7e plaats

Export

Maïs: 2e plaats wereldwijd
Soja: 2e plaats
Sojazaden: 3e
Melkpoeder: 3e
Geconcentreerd appelsap: 4e
Tarwe: 5e
Tarwemeel: 5e
Rundvlees: 6e
Kaas: 9e
Wijn: 11e

AKKERBOUW
Het seizoen 2001/2002 leverde een recordoogst op van akkerbouwproducten: 70 miljoen ton.
De belangrijkste akkerbouwproducten zijn tarwe, graan, maïs, oliehoudende vruchten, soja en vlas in de pampa, wijn rondom Mendoza en suikerriet bij Tucumán. In Entre-Rios worden yerba maté (bittere thee) en rijst verbouwd.
De totale export van fruit kwam in 2001 uit op 991.000 ton, met name peren, citroenen en appels. Nederland is een van de belangrijkste afnemers van het Argentijnse fruit.

VEETEELT
De rundveestapel telde in 1990 meer dan 50 miljoen stuks. Bijna 90% van de vleesproductie wordt in eigen land geconsumeerd. Het aandeel van vlees in de totale export daalde van 28% in het begin van de jaren zeventig tot 10% in de jaren tachtig. In 2002 werd er voor 180.000 ton aan rundvless geëxporteerd naar meer dan vijftig landen, waarvan de belangrijkste Egypte, Bulgarije, Brazilië en Israël.
In Patagonië is schapenteelt. Melkpoeder is een belangrijk exportproduct, met als belangrijkste afzetmarkten de Brazilië, Algerije, Jordanië, Chili en Venezuela. Kaas is een ander belangrijk exportproduct met als belangrijkste afnemers de Verenigde Staten, Brazilië, Mexico en Chili.

BOSBOUW
De Argentijnse overheid probeert door gunstige investeringsmaatregelen de bosbouwsector te stimuleren. De overheid probeert om de omvang van de oppervlakte bebouwd bos de komende jaren tot 3 miljoen hectare te laten groeien.
Argentinië beschikt nu over economisch-exploitabele bossen over 22% van zijn grondgebied. In het noordelijke Gran Chaco-gebied wordt quebracho-extract gewonnen, waaruit farmaceutische producten gemaakt worden, o.a. tannine.

VISSERIJ
Argentinië heeft in 1969 zijn territoriale wateren uitgebreid van 12 tot 200 zeemijlen om zich te verzekeren van het rijke visbestand in het zuidelijk deel van de Atlantische Oceaan. Van een optimale benutting is het echter nog steeds niet gekomen.
Visvangst is belangrijk tussen Mar del Plata en Bahía Blanca (sardines en tonijn) en aan de Patagonische kust (kabeljauw en sardines). In 2002 werd er voor meer dan 200.000 ton vis geëxporteerd naar vooral Spanje, Brazilië, de Verenigde Staten en Japan. De belangrijkste exportvis is de ‘merluza’ of heek.

MIJNBOUW EN ENERGIEVOORZIENINGEN
De mijnbouw is voor de werkgelegenheid en export van geringe betekenis; minder dan 1% van de beroepsbevolking is in deze sector werkzaam. Het aandeel van mijnbouw in het bnp bedroeg in 1992 1,8%. De rijkdommen aan delfstoffen zijn nog onontgonnen.
Het belangrijkste product is aardolie met winningsgebieden in Patagonië en in het noorden en westen van het land. De exploitatie is in handen van het staatsbedrijf YPF en Argentinië voorziet vrijwel geheel in zijn aardoliebehoefte. In 1978 brak de Argentijnse regering met haar traditionele beleid om de exploitatie voor te behouden aan het staatsbedrijf YPF. Vanaf 1978 werden buitenlandse ondernemingen uitgenodigd om offshore-exploraties en -exploitaties te verrichten in het uiterste zuiden van het land. De Argentijnse olieproductie is tussen 1991 en 2001 met 60% toegenomen tot gemiddeld 778.000 vaten per dag. Veertig procent van de olieproductie is voor de binnenlandse markt, de rest voor de export, voornamelijk naar Brazilië, Chili en Uruguay en de Verenigde Staten. Argentinië is de vierde grootste olieproducent van Latijns-Amerika.
Aardgas wordt vaak samen met aardolie gewonnen. De aardgasvelden van Argentinië zijn namelijk gevonden als gevolg van de olie-exploratie. De grootste aardgasvelden liggen in het zuidwesten (Neuquén: de helft van de totale productie), zuiden en noordwesten van het land. Argentinië is de op één na grootste aardgasproducent van Latijns-Amerika. De gehele gasindustrie is in private handen en de eigen productie dekt ca. 80% van de binnenlandse behoefte. Het restant wordt via een pijpleiding vanuit Bolivia ingevoerd. Als gevolg van de grote voorraden olie en aardgas heeft Argentinië een sterke petrochemische industrie. De hele sector produceert jaarlijks zo’n 3,3 miljoen ton aan producten. De raffinaderijen zijn vooral te vinden in de provincies Buenos Aires, Neuquén, Mendoza, Tierra del Fuego en Santa Fé.
De mijnbouw is nog in ontwikkeling en vele aanwezige mineralen worden nog niet geëxploiteerd. Hoewel de mogelijkheden in potentie zeer hoog zijn, bedraagt de bijdrage aan het bnp slechts 0,4%. De meeste mijnbouwgebieden en voorraden liggen in het Andesgebergte en in het westen op de grens met Chili. De belangrijkste mineralen met metaal die gewonnen worden zijn goud, zilver, koper, zink, wolfraam en lood. Delfstoffen die gewonnen worden, zijn o.a. klei, kalksteen, steengruis en zand.
In de zuidelijke provincie Santa Cruz wordt steenkool gewonnen en in het noordwesten van de Andes worden asbest en beryllium (o.m. toegepast bij kernenergie) gewonnen.

Vanaf 1992 heeft de Argentijnse regering de elektriciteitssector geprivatiseerd en gedereguleerd. Alleen de nucleaire en een aantal hydro-elektrische centrales zijn nog in bezit van de nationale overheid.
Argentinië bezit een groot potentieel aan hydro-elektriciteit dat in de jaren zeventig tot ontwikkeling is gebracht door middel van gezamenlijke projecten met Paraguay aan de rivier de Paraná en met Uruguay.
In 1982 werd de Salto Grande krachtcentrale voltooid aan de grensrivier de Uruguay. Argentinië heeft de beschikking over kernenergie door een centrale in Atucha (provincie Buenos Aires) en in Río Tercero (provincie Córdoba). Er staan tot 2000 nog vier kerncentrales op de agenda. Uranium wordt in het land zelf gewonnen.
Voor wat betreft duurzame energie richt men zich vooral op zonne- en windenergie. Volgens de plannen van de windenergiebedrijven moet over tien jaar 15% van de Argentijnse elektriciteit met behulp van windtechnologie worden geproduceerd.

INDUSTRIE
De jonge industrie geeft werk aan ongeveer 34% van de beroepsbevolking en levert 36% van het bnp. De belangrijkste industrieën zijn nog steeds verbonden met de agrarische sector, zoals de textiel- en voedselindustrieën (vooral de vleesverwerkende industrie), suiker- en matéfabrieken. Verder zijn er industrieën, waar elektrische en huishoudelijke apparaten, autocarrosserieën, plastic goederen, kleding en dergelijke worden geproduceerd. De Argentijnse industrie is vooral geconcentreerd rond de steden Buenos Aires, Rosario en Córdoba.
De voedingsmiddelenindustrie is goed ontwikkeld en neemt bijna 5% van het bnp en 30% van de totale export voor zijn rekening. Argentinië profiteert in deze sector enorm van het lidmaatschap van Mercosur, waardoor bijna alle Argentijnse voedingsmiddelen vrije toegang hebben tot de gigantische Braziliaanse markt. Belangrijke producten zijn natuurlijk vooral vlees en vleeswaren, maar ook fruit, groenten, vis, chocolade, wijn en eetbare oliën.
Een andere industriële sector van betekenis is de auto-industrie. Het grootste gedeelte van het Argentijnse wagenpark wordt in het land zelf geassembleerd en verder vindt er enige export plaats naar de buurlanden.

DIENSTVERLENING EN HANDEL
Deze sector is vooral onder Perón sterk gegroeid. In 1995 werkte 56% van de beroepsbevolking in deze sector en het aandeel aan het bnp was in 2000 66%. De regering streeft ernaar de uit haar krachten gegroeide overheidsbureaucratie in te krimpen. Ook wordt geprobeerd dienstverlenende overheidsbedrijven zoveel mogelijk te privatiseren.
Het aantal financiële instellingen is het laatste decennium drastische gedaald. Veel kleine en middelgrote banken zijn gefuseerd om te kunnen concurreren met de grote banken. Belangrijke Nederlandse spelers op de Argentijnse markt zijn ABN-Amro, ING en Rabobank.
De Argentijnse buitenlandse handel is in de jaren negentig bijna verdubbeld tot ca. 50 miljard dollar in 2000. In het crisisjaar liep de export echter terug met 5% en de import met maar liefst 56%. Positief hiervan was wel dat er een handelsoverschot van 16 miljard dollar ontstond.
De belangrijkste invoerproducten in 2002 waren: machines, halffabrikaten, voertuigen, brandstoffen en energie, transportmateriaal, ijzer- en staalproducten, en chemische producten. De voornaamste handelspartners waren Brazilië, Verenigde Staten, China, Duitsland en Italië.
De uitvoer betreft vooral vlees, tarwe, fruit, wol, katoen, soja, lijnzaad, huiden en quebracho (grondstof voor looiextract). De voornaamste handelspartners waren Brazilië, Chili, Verenigde Staten, China en Spanje.
De Nederlandse uitvoer maar Argentinië kreeg in het crisisjaar 2002 een grote klap te verwerken. Tegenover het topjaar 1999 daalde de uitvoer met bijna 60%. De uitvoer van Argentinië naar Nederland is de laatste vier jaar aanzienlijk hoger geweest dan de invoer van Nederlandse producten in Argentinië.
Argentinië exporteert naar Nederland vooral groenten, fruit, veevoeders, vlees en vleesproducten, oliehoudende zaden, plantaardige oliën en vetten.
In 1995 ondertekenden Argentinië, Paraguay, Uruguay en Brazilië (met Chili en Bolivia als geassocieerde leden) een akkoord gericht op economische integratie in de regio, MERCOSUR.

VERKEER
Het Argentijnse wegennet omvat in totaal 220.000 km, waarvan in 1985 26% geasfalteerd was. Ca. 90% van het personen- en 60% van het vrachtvervoer geschiedt over de wegen. In 2000 werd meer dan 200 miljoen ton aan goederen over de weg vervoerd. Er zijn in Argentinië zo’n 12.000 vrachtwagenbedrijven actief.
Voor de spoorwegen zijn die cijfers 8% resp. 15%. Lange tijd golden de spoorwegen als de hoofdaders van het Argentijnse wegennet. Vanaf 1970 is de totale lengte van het net met 15% teruggebracht, zodat het in 1988 34?192 km mat. Rails en rollend materieel zijn verouderd en worden geleidelijk aan vervangen. Ook zijn er plannen voor elektrificatie van het spoorwegnet.
Argentinië heeft vier zeehavens: Buenos Aires, La Plata, Comodoro Rivadavia en Bahía Blanca. De twee grote zuidwaarts stromende rivieren de Paraná en de Uruguay zijn goed bevaarbaar. De rivieren Colorado en Negro in Noord-Patagonië zijn alleen bevaarbaar voor kleine schepen.
Meer dan 95% van het containervervoer komt Argentinië binnen via de haven van Buenos Aires.
De luchtvaartmaatschappij Aerolíneas Argentinas is de belangrijkste onderneming. De tweede luchtvaartmaatschappij, Austral Líneas Aéras, werd in 1987 geprivatiseerd. De luchthaven van Buenos Aires, Ezeiza, is een van de grootste ter wereld en wordt door vrijwel alle grote internationale luchtvaartmaatschappijen aangedaan. Argentinië bezit 271 vliegvelden waarvan 10 internationale.

TOERISME
De toeristische sector in Argentinië is vooral afhankelijk van de binnenlandse toeristen. In 2000 bezochten maar drie miljoen buitenlanders Argentinië, het merendeel uit de buurlanden Uruguay en Paraguay.
Argentinië is vooral rijk aan natuurschoon en de vele recreatiemogelijkheden op het gebied van watersport, sportvissen en jagen.
Verder trekt de hoofdstad Buenos Aires vele binnen- en buitenlandse toeristen. Bezienswaardig zijn verder de stad Córdoba, de oude provinciehoofdsteden in het noorden als Tucumán, Jujuy, Catamarca met hun bouwwerken uit de koloniale periode, het in 1553 gestichte Santiago del Estero, de oudste stad van het land, en Salta, een belangrijk toeristencentrum.
In de provincie Misiones bevinden zich ook de wereldberoemde watervallen in de rivier de Iguaçú, een van de grootste toeristische attracties van het land.
In de provincie San Luis zijn in holen en grotten nog rotsschilderingen te zien.
Zeer karakteristiek zijn de pampa's, de schier eindeloze grasvelden, die zich in de provincie La Pampa, maar ook daarbuiten, uitstrekken. Aan deze provincie grenst de provincie Mendoza, waarin de hoogste toppen van de Andes liggen (Aconcagua). De provincie is verder beroemd om haar wijn en haar vele minerale bronnen.
Befaamde bronnen zijn er ook in Rio Hondo (Aguas del Sol) in de provincie Santiago del Estero.
Toeristisch in trek is ook het merengebied Bariloche (een nationaal park) in het zuidwesten. De belangrijkste plaats in het merengebied Bariloche is San Carlos de Bariloche, 's winters een wintersportcentrum.