Home » Argentinië » Taal & Godsdienst

Taal en Godsdienst

TAAL
De officiële taal is Spaans, dat echter licht afwijkt op het gebied van de grammatica, uitspraak en woordkeus van het Europese (Castiliaans) Spaans. Deze vele kleine verschillen maken van het Spaans-Argentijns toch een heel eigen taal.
De Italianen hebben de Spaans-Argentijnse taal zangerig en zachter van klank gemaakt.
Naast bepaalde dialecten van het Spaans worden er ook nog verschillende andere talen gesproken. De tweede taal is het Engels, dat vooral door veel mensen in de steden nog gesproken wordt. In Buenos Aires wordt sinds het einde van de negentiende eeuw nog het ‘lunfardo’ gesproken. Deze slang-taal bevat veel Italiaanse, Portugese, Franse, Duitse en Afrikaanse woorden.
De grote immigrantengroepen, zoals de Italiaanse, Franse en Duitse, spreken voor een deel nog hun eigen taal. Daarnaast worden er nog enkele indianentalen gesproken, o.a. Guaraní, Quechua en Aymara. Doordat de nog bestaande indiaanse stammen steeds kleiner worden, dreigen de indianentalen snel te verdwijnen.


GODSDIENST

Ruim 90% van de bevolking behoort tot de Rooms-Katholieke Kerk, hoewel maar 20% van de katholieken nog regelmatig naar de kerk gaat. Er bestaat godsdienstvrijheid, de Rooms-Katholieke Kerk is geen staatskerk. Presidentskandidaten moesten tot voor kort katholiek zijn.
Pas in 1994 werd het desbetreffende artikel uit de grondwet geschrapt. De Rooms-Katholieke Kerk heeft altijd veel invloed gehad op de Argentijnse samenleving, onder andere in het onderwijs. De leiding van de kerk steunde lange tijd met name de aristocratie en later de vele militaire junta’s. Tot 1966 stond de Katholieke Kerk zelfs nog grondwettelijk onder controle van de regering. Tijdens het Videla-regime distantieerde de Kerk zich pas op het einde van het geweld dat veelvuldig werd toegepast. Er zijn 13 aartsbisdommen en 44 bisdommen.
De beschermheilige van Argentinië is de Heilige Maagd Maria, ‘La Virgen de Luján. Elk jaar op 8 mei en in de eerste week van oktober trekken miljoenen pelgrims uit alle delen van het land naar Luján om te bidden tot de Maagd Maria.