Home » Argentinië » Paus Franciscus

Paus Franciscus

PAUS FRANCISCUS

Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio (Buenos Aires, 17 december 1936), is sinds 13 maart 2013 de paus van de Rooms-Katholieke Kerk, een positie die inhoudt dat hij leider van deze kerk, bisschop van Rome en soeverein vorst van Vaticaanstad is. De Argentijn is de eerste jezuïet die paus werd, de eerste uit Latijns-Amerika en van het zuidelijk halfrond. Paus Franciscus wordt door de Rooms-Katholieke Kerk beschouwd als de 266e paus. Hij is de opvolger van Benedictus XVI, die op 28 februari 2013 onverwachts aftrad.

 

JEUGDJAREN
Bergoglio werd op 17 december 1936 geboren in het district Flores van Buenos Aires als oudste kind van Mario Jose Bergoglio en Regina Maria Sivori.  Op 25 december 1936 werd hij gedoopt door de Salesiaan Enrique Pozzoli in de basiliek María Auxiliadora van de Salesiaanse parochie San Carlos Borromeo.  Zijn vader, afkomstig uit de plaats Portacomaro in Italië, had in 1929 de oversteek naar Argentinië gemaakt. Daar was hij als boekhouder werkzaam voor de spoorwegen. Zijn moeder Regina is in Argentinië geboren, uit Italiaanse ouders van Piëmontees-Genuese origine.  Uit het huwelijk werden, naast Jorge, nog twee zonen en twee dochters geboren van wie op het moment van de verkiezing tot paus alleen nog zijn zus Maria Elena in leven was. De paus is sinds zijn jeugd een supporter van de voetbalclub San Lorenzo de Almagro.

 

WERK ALS TECHNICUS
Bergoglio studeerde af als chemisch technicus aan de technische middelbare school Escuela Nacional de Educación Técnica N° 27 Hipólito Yrigoyen.  Enkele jaren werkte hij als zodanig bij de voedselafdeling van het bedrijf Hickethier-Bachmann Laboratory. 

 

VOORBEREING PRIESTERSCHAP
Hij studeerde voor priester aan het seminarie Inmaculada Concepción in de wijk Villa Devoto van Buenos Aires. Als seminarist was Bergoglio naar eigen zeggen "verblind" geraakt door een meisje dat hij op een bruiloftsfeest was tegengekomen. Volgens hem kon hij een week lang niet bidden, omdat hij steeds haar beeld voor ogen had. Hij kwam tot de conclusie dat hij een keuze moest maken en besloot haar te vergeten en te kiezen voor het priesterschap.
Op 21-jarige leeftijd werd het bovenste deel van zijn rechterlong verwijderd wegens een ernstige longontsteking en drie cysten, kwalen die destijds door een gebrek aan antibiotica niet anders te behandelen waren. Naar eigen zeggen heeft hij drie dagen tussen leven en dood gezweefd.
Op 11 maart 1958 trad hij toe tot de orde der jezuïeten. Aan het Colegio Máximo San José in San Miguel behaalde hij in 1960 een graad in de wijsbegeerte. In 1964-1965 doceerde hij literatuur en psychologie aan het Colegio de la Inmaculada de Santa Fe en in 1966 doceerde hij verscheidene vakken aan het Colegio del Salvador te Buenos Aires. Hij keerde vervolgens terug naar het Colegio Máximo San José in San Miguel, waar hij van 1967 tot 1970 theologie studeerde.

 

PRIESTERWIJDING EN GELOFTE
Op 13 december 1969 werd Bergoglio bij de jezuïeten tot priester gewijd door aartsbisschop Ramón José Castellano. Van 1969 tot en met 1971 studeerde hij in de Spaanse plaats Alcalá de Henares om zich verder voor te bereiden op een leven als jezuïet. Aansluitend werkte hij in San Miguel als docent theologie. Op 22 april 1973 legde hij als jezuïet de eeuwige gelofte af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid.

 

PROVINCIAAL OVERSTE TIJDENS VUILE OORLOG
Drie maanden daarna werd de jonge conservatieve pater Bergoglio provinciaal van de jezuïetenorde in Argentinië. Dat zou hij blijven tot 1979. Hij zag het als zijn taak de toenemend progressieve inslag bij een groeiend aantal medebroeders in te dammen. Zij moesten weer clergyman dragen (hijzelf droeg een toga), hij bleef trouw aan traditionele devoties, was tegen de politieke bevrijdingstheologie en bleef op goede voet met de autoritaire katholieke elite. Hij droeg goudgeborduurde kazuifels, want - zo zei hij - "gewone mensen houden van een vleugje Evita in hun liturgie".
Van 1976 tot in 1981 was er in Argentinië de zogeheten vuile oorlog. Nadat op 24 maart 1976 presidente Isabel Perón was afgezet en ontvoerd, had Jorge Videla een militaire dictatuur gevestigd. Tijdens de "vuile oorlog" die nu volgde werden duizenden tegenstanders van het regime Videla vermoord, na te zijn ontvoerd. Bekend zijn de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo, die elke week op dat plein in Buenos Aires kwamen demonstreren en informatie eisen over hun verdwenen partners, familieleden en vrienden.
De Argentijnse katholieke kerk - en met name haar bisschoppen - bevreesd voor het communisme en alles wat daarnaar rook, hield zich op de achtergrond. Op enkele bisschoppen na dan, bijvoorbeeld Enrique Angelelli, die zijn profetisch geluid richting regime dan ook met de dood moest bekopen (hij werd van de weg gereden).

 

BESCHULDIGING HEULEN MET REGIME EN WEERLEGGING DAARVAN
Toen Bergoglio tot paus was gekozen, verschenen in de media berichten dat hij zou hebben geheuld met het Videla-regime. Zelfs was er een foto waarop hij zogenaamd Videla de communie uitreikte, maar dit bleek trucage. Voor heulen met het regime is geen enkel bewijs naar boven gekomen. Bekende personen als Leonardo Boff, Adolfo Perez Esquivel en een van de Dwaze Moeders zeiden de bewering niet te geloven of gaven aan dat ze eerder overtuigd waren van iets heel anders: dat pater Bergoglio mensen die gezocht werden had helpen ontsnappen.

 

BESCHULDIGING VERRAAD MEDEBROEDERS EN WEERLEGGING DAARVAN
De Argentijnse onderzoeksjournalist Horacio Verbitsky verdedigt de bewering dat Bergoglio heulde met het regime echter in zijn boek "El Silencio". Hij zegt te steunen op het getuigenis van twee medejezuïeten van wie Bergoglio provinciale overste was: Francisco Jalics en Orlando Yorio.
Zij leefden met een derde jezuïet in gemeenschap, werkten in de sloppenwijk Bajo Flores van Buenos Aires en waren - geïnspireerd door de verklaring van de in 1973 in Medellín (Colombia) samengekomen Latijns-Amerikaanse bisschoppen (CELAM) - aanhangers geworden van de politieke bevrijdingstheologie, waar Bergoglio absoluut geen voorstander van was. Hij zei dat ze moesten kiezen: voor hun nieuwe gemeenschap of voor de Jezuïetenorde. Ze wilden hun nieuwe werk niet opgeven. Bergoglio nodigde hen uit naar het Jezuïetenhuis in Buenos Aires te komen. Weer weigerden ze. Bergoglio gaf hun nu een officiële waarschuwing. In mei 1976 werden beiden ontvoerd om vijf maanden later gemarteld en half naakt, maar levend, te worden gevonden. Yorio werd geholpen het land te verlaten. In overleg met Bergoglio ging hij in Rome aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana kerkelijk recht studeren. Teruggekeerd in Argentinië moest hij echter in 1997 - na bedreigingen - vluchten. Hij kwam in Montevideo, de hoofdstad van Uruguay, terecht. Daar is hij op 9 september 2000 aan een hartinfarct overleden.

Jalics neemt met de volgende woorden afstand van de beschuldigingen:

"Na mijn bevrijding heb ik Argentinië verlaten. Twee jaar daarna hadden wij de gelegenheid de gebeurtenissen met pater Bergoglio te bespreken (inmiddels aartsbisschop van Buenos Aires). Daarna hebben we samen en in het openbaar de Eucharistie gevierd en elkaar op feestelijke wijze omarmd. Ik heb me verzoend met deze gebeurtenissen en van mijn kant beschouw ik ze als afgedaan."

Volgens Paul Elie, onderzoeksjournalist van The Atlantic, heeft provinciaal Bergoglio SJ zijn mannen niet verraden noch in hun ontvoering berust. Maar door hen te ontslaan uit de orde had hij hen - zonder daar bij stil te staan - de bescherming afgenomen die de orde hun bood. Hij zou zich vervolgens inzetten om hen te redden. Hij was dus geen Óscar Romero, die wel publiekelijk onrecht aan de kaak stelde en die hij in 2015 respectievelijk 2018 zalig en heilig zou verklaren. In een interview nadat hij tot paus was gekozen sprak hij met spijt over deze periode: "Ik was nog erg jong (36) en onervaren. Ik was autoritair en nam te snel beslissingen."[13]
De vuile oorlog zou nog tot 1983 duren: 30.000 Argentijnen werden ontvoerd en/of vermoord, of "verdwenen" op een andere manier, ook 150 rooms-katholieke priesters.

 

BERICHTEN OVER REDDINGSACTIES
Daarentegen stelt de Italiaanse journalist Nello Scavo dan weer in zijn boek Bergoglio's lijst (2013) dat minstens 1200 Argentijnen hun leven aan de latere paus te danken hebben doordat hij hen met valse papieren, via opvang in kerkelijke onderduikadressen en door uitzendingen naar het buitenland als quasi-priesters uit handen van het moorddadige militaire regime van de Argentijnse dictator Videla heeft weten te houden.

 

FUNCTIES 1980-1986
Van 1980 tot 1986 was Bergoglio rector in San Miguel, waarna hij zowel in Ierland als in Duitsland verblijf hield, waar hij in Frankfurt am Main enkele maanden aan de Philosophisch-Theologische Hochschule Sankt Georgen verbleef en er overleg voerde over het schrijven van een proefschrift, dat overigens nimmer voltooid werd. Al snel werd hij naar Argentinië teruggeroepen, waar hij bij het jezuïetencollege in Córdoba actief werd als geestelijk leidsman en biechtvader.

 

BISSCHOP
Op 20 mei 1992 werd Bergoglio benoemd tot hulpbisschop van Buenos Aires en titulair bisschop van Auca. Op 3 juni 1997 werd bij benoemd tot aartsbisschop-coadjutor van Buenos Aires, en op 28 februari 1998 volgde hij daar na diens overlijden kardinaal-aartsbisschop Antonio Quarracino op. Op 6 november van datzelfde jaar volgde hij diezelfde Quarracino tevens op als bisschop van de Argentijnse Gelovigen van de Oosterse Rite, een ordinariaat dat direct onder de Heilige Stoel valt.

KARDINAAL
Op 21 februari 2001 werd hij door paus Johannes Paulus II kardinaal gecreëerd, met de San Roberto Bellarmino als titelkerk. Hij werd bij de Romeinse Curie onder meer lid van: de Pauselijke Raad voor het Gezin, de Congregatie voor de Instituten van Gewijd Leven en Gemeenschappen van Apostolisch Leven, de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten, de Congregatie voor de Clerus en de Pauselijke Commissie voor Latijns-Amerika.
Voorafgaand aan het conclaaf van 2005 werd Bergoglio door sommigen gezien als papabile. Volgens een anoniem dagboek van één van de kardinalen die deelnamen aan het conclaaf, dat op 23 september 2005 in het Italiaanse blad Limes gepubliceerd werd, zou Bergoglio bij de laatste drie stemmingen de tweede plaats na kardinaal Joseph Ratzinger hebben behaald. Bij de eerste stemronde zou hij tien, bij de tweede 35, bij de derde 40 en bij de laatste stemronde 26 stemmen behaald hebben.

PAUS
Op 13 maart 2013 werd hij op de tweede dag van het conclaaf in de vijfde stemronde gekozen tot paus. Hij nam de naam Franciscus aan. Franciscus is de eerste niet-Europese paus sinds de Syriër Gregorius III (731-741). Hij is ook de eerste jezuïet die paus is geworden. De inauguratie van Franciscus vindt plaats in een mis op 19 maart, het hoogfeest van de heilige Jozef. Hij ontvangt dan de pauselijke vissersring en het pallium.

 

NAAM FRANCISCUS
De paus nam de naam Franciscus aan ter ere van Franciscus van Assisi omdat hij veel liefde heeft voor de armen. Paus Franciscus is de eerste paus sinds Johannes Paulus I in 1978 die een nieuwe naam gebruikt, en de eerste sinds paus Lando in 913 die een unieke naam hanteert, daar waar Johannes Paulus een combinatie was van twee namen die al vaker waren gekozen door pausen vóór hem.

OPVATTINGEN
Bergoglio is een jezuïet die doorgaat als een man van gebed, eenvoudig leeft en bekendstaat om zijn verdediging van de armen. Als aartsbisschop verkoos hij te wonen in een eenvoudig appartement boven het wonen in het bisschoppelijk paleis. Hij weigerde een chauffeur met limousine en gaf er de voorkeur aan de bus te nemen naar zijn werk. Ook kookte hij zijn eigen maaltijden.

SOCIALE LEER
Franciscus staat bekend als een verdediger van de armen. "We leven in het meest ongelijke deel van de wereld, dat het meest is gegroeid, maar dat de ellende het minst heeft verminderd", zei Bergoglio tegen Latijns-Amerikaanse bisschoppen in 2007. "De onrechtvaardige verdeling van goederen duurt voort, wat een situatie veroorzaakt van sociale zonde die uitschreeuwt naar de hemel, en die de mogelijkheden van een voller leven limiteert voor zovelen van onze broeders."Vaticaankenner Gerard O'Connell vertelde over hem: "Dit is een man die naar de krottendorpen gaat en met de mensen kookt."

ZWAKKEREN
In 2007 veroordeelde Bergoglio dat wat hij de culturele tolerantie van kindermishandeling noemde en het "wegwerpen van de ouderen". Hij liet sterk zijn afkeur blijken over de mishandeling van kinderen, wat hij "demografisch terrorisme" noemde, en beweende hun uitbuiting. Ook het verwaarlozen, en als waardeloos beschouwen, van ouderen om hun hoge leeftijd.

HOMOSEKSUALITEIT
Hij heeft als kardinaal zijn instemming betuigd met de kerkelijke leer over homoseksualiteit, met inbegrip van de leer dat mannen en vrouwen met diepgewortelde homoseksuele neigingen moeten worden aanvaard met respect, mededogen en gevoeligheid en dat elke vorm van onrechtvaardige discriminatie jegens hen moet worden vermeden. Hij is ook sterk gekant tegen wetgeving die in 2010 door de Argentijnse regering is aanvaard over het homohuwelijk. Hij noemde het een "afschrikwekkende antropologische erfenis". In een brief aan de kloosters van Buenos Aires[bron?] schreef hij: "Laten we niet naïef zijn, we hebben het niet over een eenvoudige politieke strijd, het is een destructieve pretentie tegen Gods plan. We hebben het niet over een wetje, maar over een complot van de Vader van de Leugen, die de kinderen van God wil verwarren en misleiden." Adoptie door homoseksuelen omschrijft hij als een vorm van discriminatie van kinderen.

 

Wikipedia