Home » Argentinië » Architectuur

Architectuur

KOLONIALE ARCHITECTUUR IN ARGENTINIË VAN DE 16 EEUW T/M 18 EEUW:
De koloniale architectuur in Argentinië heeft vrijwel altijd dezelfde basis. Dat begon halverwege de 16e eeuw toen de eerste Spanjaarden het land binnen trokken. Zo bestaan de muren van de meeste huizen uit adobe. Dat wil zeggen grote brokken steen vervaardigd uit klei en stro. De daken bestonden eerst uit stro en riet en later kwamen uit steden als Lima en Quito de houten geraamtes met dakpannen. Deze huizen hadden geen etages en waren strak van vorm, vaak rechthoekig. De meest opvallende architectuur uit de begintijd zijn de kerken. Door invloed van de jezuïeten bleven ze in het begin simpel van vorm met weinig versierselen. De oudste kerken die je kunt bewonderen zijn in de provincie Jujuy (noordwesten van Argentinië). Zoals in de dorpen Yavi, Casabindo en Susques. Vooral de kerk van Susques is niet alleen een van de oudste (1590), maar qua vorm ook een goed voorbeeld van de eerste koloniale architectuur. In het algemeen was de eerste koloniale architectuur in Argentinië niet erg spectaculair.

Ook het stadsplan was simpel van opzet. De huizenblokken waren als een vierkant afgebakend. Met een centraal plein, waar altijd de kerk en de cabildo (stadhuis) stonden. De cabildo’s hebben, zoals je zult zien als je door Noord-Argentinië reist, allemaal dezelfde bouw. De voorkant bestaat uit een overdekt voorportaal, met daarachter een grote zaal en een patio. In de dorpjes Molinos en Cachi zie je nog prachtige exemplaren, maar ook in de grote steden als Salta, Jujuy en Luján (niet ver van Buenos Aires). Daar zijn de cabildo’s meer verfraaid met mooie boogwerken in het voorportaal en grote bloemrijke patio’s.

Halverwege de 17e eeuw werden door invloed van de Spaanse barok prachtige kerken gebouwd, niet alleen de façades blonken uit van dynamische structuren, maar ook de interieurs waren juweeltjes. In het noorden zijn kerken als Capilla de Uquia (1691, ten noorden van Jujuy) en Capilla de Yavi (1690, vlak bij de Boliviaanse grens) zijn mooie voorbeelden qua interieur. De jezuïeten bouwden tussen 1660 en 1690 met de plaatselijke bevolking (de Guarani-Indianen) in het noordoosten van Argentinië, imposante missieposten (reducciones). Deze bouwstijl werd ook wel guarani-barok genoemd. Een mooie combinatie van de Europese invloed (barok) en de Indiaanse cultuur.

Rond de 18de eeuw begon onder invloed van de Spaanse onderkoning de architectuur te veranderen. Dat gebeurde eerst in Córdoba, op dat moment de belangrijkste stad van het land. De weelderige barokstijl, beïnvloed door stijlen uit Lima, kreeg grote invloed. Belangrijke gebouwen, zoals de kathedraal, Monasterio (klooster) Santa Teresa en de cabildo verrezen. Maar ook het huis van de onderkoning Sobremonte is een prachtig voorbeeld. Het is simpel en strak, maar de hekwerken zijn mooi versierd zo ook rondom de deuren en ramen. Zo werden steeds meer imposante gebouwen in barokstijl gebouwd in handelssteden als Salta, Santa Fe en Tucumán.

MODERNE ACHITECTUUR IN ARGENTINIË VANAF DE 19 EEUW:
Halverwege de 19de eeuw onder invloed van de vele Europese immigranten kreeg de architectuur in de grote steden en met name Buenos Aires een nieuw gezicht. Er kwamen jonge veelbelovende Italiaanse en Franse (stads)architecten naar Buenos Aires, want Argentinië was in die tijd ‘booming’. Steden moesten vernieuwd of aangepast worden en daarom werden Europese architecten, bouwkundigen en ingenieurs met open armen ontvangen. Geld was er in overvloed, want in die tijd behoorde Argentinië tot een van de rijkste landen in de wereld.

Buenos Aires veranderde in het Parijs van Zuid-Amerika, maar ook steden als Rosario, Santa Fé en Tucumán kregen een Europees ‘gezicht’. Een ander goed voorbeeld is de stad La Plata, ontworpen door de Fransman Pierre Benoit en zijn zoon Pedro in 1882. De stad is volledig gepland en dat zie je duidelijk op de plattegrond, een op zijn punt (op het zuiden) staand vierkant van 36 huizenblokken (een huizenblok is 100x100m). De ontwerpers lieten zich inspireren op de Europese stadsvernieuwingen met o.a. brede diagonalen die pleinen en parken met elkaar moesten verbinden.

De Italianen ontwierpen voornamelijk kathedralen, zoals die van Salta, Cartamarca en Tucumán, waar duidelijk de Corinthische stijl (veel zuilen) en zachte kleuren terug te zien zijn. De Fransen bouwden de belangrijkste overheidsgebouwen in de neoclassicistische of neobarok stijl, vaak zeer pompeus (Casas de Gobierno in Tucumán en Jujuy zijn goede voorbeelden). Dit resulteerde in Salta in een tegenreactie. Daar wilde het stadsbestuur terug naar de koloniale architectuur. Men noemde het ‘terugkeer naar de traditie’. De stroming was anti-Europees. Het resultaat van deze stadsvernieuwing was twijfelachtig, want privéhuizen en bouwplannen werden bekroond als ze in neokoloniale stijl werden gerenoveerd of gebouwd. Wat gebeurde er: overal kwamen die smeedijzeren versieringen, houten vensterramen en balkons en witte muren weer terug. Het werd een fantasieloze renovatie.

Tussen 1920 en 1940 kwamen door invloed uit Noord-Amerika strakke hoge kubusachtige gebouwen (het mooiste voorbeeld is de wolkenkrabber Kavanagh in Buenos Aires en Casa de la Bandera in Rosario), maar ook uit Europa van de ‘Internationale Stijl’ (o.a. Le Corbusier) kregen jonge Argentijnse architecten inspiratie. Een goed voorbeeld is, Grupo Austral, een toonaangevende club in de jaren dertig van talentvolle architecten.

Terwijl in het merengebied, bij het Andesgebergte, de architect Alejandro Bustillo de ‘Alpenstijl’ uit Midden-Europa als basis nam (Centro Cívico in Bariloche is een goed voorbeeld). Bustillo wordt ook wel in Argentinië de ‘vader’ van de monumentale architectuur genoemd. Zijn grote voorbeeld was de Duitse architect Albert Speer. Kijk maar eens naar de bouwwerken als: het Casino en Hotel Provincial in Mar del Plata en Banco de la Nacion in Buenos Aires.

Sinds de jaren jaren negentig van de vorige eeuw, wordt er weer verrassend gebouwd. Een goed voorbeeld is in Buenos Aires, de wijk Puerto Madero (waar ook de Nederlandse ambassade is), waar de nieuwe architectuur in volle glorie te zien is. Maar ook in de stad Rosario, langs de rivier de Paraná.

DE ARCHITECTUUR VAN BUENOS AIRES:
Buenos Aires is naar Zuid-Amerikaanse begrippen een Europese hoofdstad: 'Het Parijs van Zuid-Amerika'. Hoe is dat gekomen? De grote immigrantenstroom (voornamelijk Europeanen), die begon halverwege de 19de eeuw tot de jaren twintig van de vorige eeuw heeft duidelijk het Argentijnse leven beïnvloed. Europese architecten en stadsplanners konden zodoende hun stempel op het uiterlijk van de stad drukken. Vooral burgemeester Torcuato de Alvear (1883-1887) was een groot voorstander van ruimte. Hij liet niet alleen brede avenida's en pleinen aanleggen, maar was erg gecharmeerd van de Franse stadsplanners, Carlos Thays en Baron Haussmann.

Thays, landschapsontwerper, kwam naar Buenos Aires en kreeg opdracht omparken aan te leggen en straten en pleinen aan te kleden met veel groen. Haussmann had halverwege de 19de eeuw Parijs een nieuw gezicht gegeven met o.a. brede boulevards en grote pleinen. Bekende Franse en Italiaanse architecten kwamen over en dat is nog steeds door de hele stad te zien. In de jaren dertig van de vorige eeuw had Buenos Aires al 3 metrolijnen (de eerste was in 1913 aangelegd) en er werd toen een plan ontworpen om dwars door de stad een 'Champs Elysees' van Buenos Aires aan te leggen, 140 m breed, Avenida 9 de Julio. Er was al een belangrijke avenida, Avenida de Mayo, die de droom van de vroegere burgermeester, Alvear, had verwezenlijkt.

In de jaren dertig kreeg de stad helemáál allure, voornamelijk door opmerkelijke hoogbouw. Men was geïnspireerd door de moderne hoogbouw van Chigaco en New York. De hoogste wolkenkrabber van Zuid-Amerika werd in 1934 hier gebouwd, Edificio Kavanagh, 110 m hoog en voorzien van voor die tijd de allernieuwste snufjes. Maar Palacio Barolo (1923) en Edificio Comego uit 1934 getuigen ook van durf. Buenos Aires werd een van de belangrijkste steden van Zuid-Amerika. Maar daarna door de grote economische neergang en vele wisselingen van wacht (de ene dictatuur of president volgde elkaar op) bleef de stadsvernieuwing grotendeels achter.

Pas begin jaren negentig van de vorige eeuw werd er weer volop gebouwd en met durf! Bijvoorbeeld Puerto Madero, eens een vervallen haven, werd omgetoverd tot een van de modernste en aantrekkelijkste plekken van de stad. Rondom de drukke verkeersader, Av. Leandro N. Alem is een soort 'Zuidas' van Buenos Aires gekomen met prachtige hoogbouw en verfrissende architectuur. De stad heeft weer allure gekregen zoals het ook had in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.


BEKENDE ARGENTIJNSE ARCHITECTEN ZIJN:
Mario Roberto Alvarez (1913)- Hilton en meer gebouwen in en rondom Puerto Madero.
Cesar Pelli (1926)- Canary Wharf Tower (1991) in Londen en de torens Petronas (1997) in Kuala Lumpur, Maleisië.
Eduardo Catalano (1917-2010)- Instituto Tecnológico de Massachusetts (1956) en Floralist Genérica (2002) in Buenos Aires.
Clorindo Testa (1923)- de nationale bibliotheek in Buenos Aires (1962-1992).
Francisco Salamone (1897-1959)- een vergeten architect, die in de provincie Buenos Aires veel overheidsgebouwen, slachthuizen en kerkhoven in de zgn. Monumentale Art Deco stijl heeft neer gezet.
Alejandro Bustillo (1889-1982)- Hotel Llao Llao in Bariloche en daar ook de kathedraal. Het huis van Victoria Ocampo (1931) en Palais de Glace (1934) allebei in Buenos Aires.
Rafael Viñoly (1944)- International Forum in Tokio (1996). Zijn bekendste werk is in de VS het Kimmel Center for the Performing Arts (2001) in Philadelphia. In Amsterdam op de ZuidAs de Viñolytoren (2005) en Museo Fortabat (2009) in de wijk Puerto Madero in Buenos Aires.